Haagse bijstandtrekkers krijgen korting op pedicure
Minima in Den Haag krijgen van de gemeente, op vertoon van hun zogenoemde Ooievaarspas, tien kortingsbonnen voor een pedicurebehandeling bij de pedicure. Een behandeling van een half uur kost met de bon nog 8 euro. Een Ooievaarspas kost 12,50 euro per jaar, maar is gratis voor jongeren en ouderen.
-
Geplaatst:3 maanden geleden, populair sinds 3 maanden (in 2 uur)
-
Door:
-
Categorie:
-
Bronlink:
-
-
Discussie:
Reageren op dit artikel? Log in of registreer jezelf
Waarom eKudos gebruiken
- Deel en ontdek nieuws, video’s, foto’s en tips
- Schrijf en plaats nieuws dat jij belangrijk vindt
- Start een vriendennetwerk
- Stem! Op ekudos is heel Nederland de redactie
- Geef je mening en start discussies
- Volg het nieuws van vrienden en bekenden
- Start een weblog met gelijk een groot publiek
- Ontdek het leukste en beste nieuws van het web

De ooievaar is een echt Haagse verschijning. Eeuwenlang was hij te vinden op de vismarkt, op het eilandje in de Hofvijver of op het dak van de Ridderzaal, getuige talrijke schilderijen, prenten en tekeningen. Maar ook siert hij sinds de 16de eeuw het Haagse stadswapen en staat hij afgebeeld op de meest uiteenlopende voorwerpen. Dit alles en nog veel meer is van 3 maart t/m 27 mei 2001 te zien op een tentoonstelling in het Haags Historisch Museum.
In het middeleeuwse Den Haag was de ooievaar een vertrouwd beeld. In het voorjaar keerden de ooievaars terug uit warmere streken om hun nest te bouwen, eieren te leggen en uit te broeden en hun jongen groot te brengen, waarna in de herfst de trek naar het zuiden begon. De komst van de eerste ooievaars werd altijd met vreugde begroet. Zij symboliseerden het nieuwe leven in het voorjaar en werden gezien als brengers van voorspoed en geluk. Op tal van daken en schoorstenen van grotere gebouwen in de stad, zoals de Ridderzaal en de Gevangenpoort, werden ten behoeve van de ooievaars kunstnesten geplaatst. Buiten de stad broedden de ooievaars op de daken van kerken en kastelen, op ruïnes als die van de kapel van Eik en Duinen en op wagenwielen die op een paal waren geplaatst.
Op de Haagse vismarkt in de Schoolstraat liepen ooievaars rond, die tot taak hadden het visafval op te ruimen. Ze waren gekortwiekt en werden op den duur zo tam dat ze uit de hand aten. Speciaal voor hen was er op de markt een hok getimmerd, waar ze als de markt gesloten was, konden verblijven. Begin 1900 kregen de ooievaars last van hun gezondheid als gevolg van het schoonspuiten van de markt met chemicaliën. De overheid besloot daarop de ‘stadsooievaars’ over te brengen naar het eilandje in de Hofvijver. Daar kregen ze het echter aan de stok met een zwanenpaar, waarna ze tenslotte werden gehuisvest in de Haagse dierentuin. Sinds het midden van de jaren tachtig gaat het veel beter met de ooievaar en neemt het aantal broedparen snel toe. In en om Den Haag kunnen ze weer veelvuldig worden waargenomen. Zo zit er vaak een groep ooievaars in Mariahoeve en zijn er bewoonde nesten in Marlot, Duindigt en de Wassenaarse wijk Kerkehout.
Het is onduidelijk waarom de ooievaar terecht kwam in het stadswapen. Waarschijnlijk speelde de veelvuldige aanwezigheid van het dier in de omgeving van het Binnenhof en het stadhuis een rol. Daarbij was de ooievaar als geluksbrenger een goede mascotte. Ook andere steden en dorpen kozen een vogel in hun wapen. Zo heeft Jisp (Noord-Holland) een lepelaar, aangezien in deze plaats tamme lepelaars de vismarkt schoonhielden. Op het zegel dat het stadsbestuur van Den Haag in de Middeleeuwen onder officiële stukken hing, was een gestyleerde afbeelding van het Binnenhof te zien. Deze afbeelding evolueerde tot een poortgebouw. Toen in 1586 weer eens een nieuwe stadszegelstempel werd gesneden, plaatste de maker een ooievaartje voor de ingang van de poort. De ooievaar was toen al langer als ‘mascotte’ in gebruik. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de oudste luidklok van de Grote Kerk. Deze is gedateerd 1541 en voorzien van een wapen met daarop de Haagse ooievaar: een aal in de bek en staand op een veldje met gras en bloemen ( op oudere afbeeldingen: een slang in de bek. Dit is ook goed tezien aan de bredere kop, vandaar de slang in mijn tattoo). Ook op enkele vroege stadsgezichten uit de 16de eeuw komt dit wapen al voor. Het is overigens jammer dat bij de officiële vaststelling van het wapen door de Hoge Raad van Adel in 1816 het groene veldje is weggelaten. Dit groen bepaalde namelijk samen met de gouden achtergrond de stadskleuren van Den Haag: groen en geel.
Doet me denken aan mijn fietsvakanties in de Franse Elzas waar je aan de voet van de Vogezencols hele ooievaarskolonies (Cigognes) aantreft. Erg mooi!
Je hebt een ooievaarspas verdiend