Het gedicht samadhi
Verdwenen in de sluiers van licht en schaduw,
ieder spoor van verdriet opgelost.
Weggevaagd de opkomst van het vluchtige genoegen,
Weg de vage zintuiglijke zinsbegoocheling.
Liefde, haat, gezondheid, ziekte en dood,
verdwenen deze valse schaduwen op het scherm der dualiteit.
Golven van plezier, bliksems van sarcasme, kolken van melancholie,
smeltend in de oneindige zee van zaligheid.
De storm van Maya is gaan liggen,
door het magische scherm van diepe intuïtie.
Het universum, de vergeten dromen, sluimert in het onbewuste,
klaar om mijn nieuw ontwaakte goddelijke herinnering te betreden.
Ik leef zonder de kosmische schaduw,
die is mij echter niet ontnomen,
zoals de zee wel kan bestaan zonder golven,
maar Uw adem niet zonder de golven.
Dromen, waken, de staten van de diepe turia-staat,
Heden, Verleden, Toekomst, niet meer voor mij,
maar altijd aanwezig, alles doordringend, is het Zelf, overal,
Planeten, sterren, sterrenstof en aarde,
vulkanische uitbarstingen op de dag des oordeels,
de smeltoven van de schepping.
Gletsjers van stille straling, brandende elektronen, vloedgolven,
gedachten van mensen, in het verleden, heden en toekomst.
Ieder grassprietje, ikzelf, de mensheid,
ieder stofdeeltje van het universum,
woede, hebzucht, goed, fout, bevrijding, verlangen,
ik verzwelgde, transformeerde alles,
tot de oneindige oceaan van bloed van mijn eigen enige Wezen.
Smeulende vreugde, uitgepuft door meditatie,
mijn tranende ogen verblindend,
breekt uit in onsterfelijke vlammen van gelukzaligheid,
Verteren mijn tranen, mijn kern, mijn alles.
Gij zijt mij en Ik ben Gij
Kennen, Kenner en het Gekende als één!
Verstild, de ongebroken trilling, eeuwig levend, altijd nieuwe vrede!
Genietbaar voorbij de verbeelding van de verwachting,
samadhi, gelukzaligheid,
Niet een onbewuste staat,
of een mentale verdoving zonder wilskrachtige terugkeer,
Samadhi echter verruimt mijn bewuste werkelijkheid,
voorbij de grenzen van het sterfelijke kader,
naar de verste grenzen van de eeuwigheid,
waar Ik, de kosmische oceaan,
kijk naar het kleine ego, drijvend in Mij.
De spreeuw, ieder korreltje zand, zal niet vallen zonder Mijn zicht,
alle ruimte drijft als een ijsberg in Mijn mentale oceaan,
het Kolossale Vat, het Zelf, samengesteld uit alles,
door diepere, langere, dorstige, goeroe-gegeven meditatie,
komt dit hemelse samadhi.
Het beweeglijk ruizen van atomen horend,
de zwarte aarde, bergen, dalen als gesmolten vloeistof,
vloeiende zeeën veranderen in de wasem van spirale nevels,
het Aum blaast door de dampen en opent wonderlijk de versluiering.
Oceanen staan ontbloot, hun stralende elektronen,
totdat, bij de laatste klank van de kosmische drum,
het minder verfijnde licht verdwijnt in eeuwige stralen,
van de alles doordringende zaligheid.
Van vreugde kwam Ik, voor vreugde leef Ik, in heilige vreugde smelt Ik samen,
Oceaan van Geest, Ik drink alle golven van creatie.
Vier sluiers, vast, vloeibaar, gas en licht, trekken op.
Ikzelf, in alles, treedt binnen het grote Zelf,
Voor altijd verdwenen, onbestendige,
flikkerende schaduwen van de sterfelijk herinnering.
Vlekkeloos is mijn mentale hemel, onder, voor en ver boven,
Eeuwigheid en Ik, als één verenigde straal.
Een kleine luchtbel van blijdschap,
Ik Ben werd de Zee van het Vreugdevolle Zelf
Paramhansa Yogananda
ieder spoor van verdriet opgelost.
Weggevaagd de opkomst van het vluchtige genoegen,
Weg de vage zintuiglijke zinsbegoocheling.
Liefde, haat, gezondheid, ziekte en dood,
verdwenen deze valse schaduwen op het scherm der dualiteit.
Golven van plezier, bliksems van sarcasme, kolken van melancholie,
smeltend in de oneindige zee van zaligheid.
De storm van Maya is gaan liggen,
door het magische scherm van diepe intuïtie.
Het universum, de vergeten dromen, sluimert in het onbewuste,
klaar om mijn nieuw ontwaakte goddelijke herinnering te betreden.
Ik leef zonder de kosmische schaduw,
die is mij echter niet ontnomen,
zoals de zee wel kan bestaan zonder golven,
maar Uw adem niet zonder de golven.
Dromen, waken, de staten van de diepe turia-staat,
Heden, Verleden, Toekomst, niet meer voor mij,
maar altijd aanwezig, alles doordringend, is het Zelf, overal,
Planeten, sterren, sterrenstof en aarde,
vulkanische uitbarstingen op de dag des oordeels,
de smeltoven van de schepping.
Gletsjers van stille straling, brandende elektronen, vloedgolven,
gedachten van mensen, in het verleden, heden en toekomst.
Ieder grassprietje, ikzelf, de mensheid,
ieder stofdeeltje van het universum,
woede, hebzucht, goed, fout, bevrijding, verlangen,
ik verzwelgde, transformeerde alles,
tot de oneindige oceaan van bloed van mijn eigen enige Wezen.
Smeulende vreugde, uitgepuft door meditatie,
mijn tranende ogen verblindend,
breekt uit in onsterfelijke vlammen van gelukzaligheid,
Verteren mijn tranen, mijn kern, mijn alles.
Gij zijt mij en Ik ben Gij
Kennen, Kenner en het Gekende als één!
Verstild, de ongebroken trilling, eeuwig levend, altijd nieuwe vrede!
Genietbaar voorbij de verbeelding van de verwachting,
samadhi, gelukzaligheid,
Niet een onbewuste staat,
of een mentale verdoving zonder wilskrachtige terugkeer,
Samadhi echter verruimt mijn bewuste werkelijkheid,
voorbij de grenzen van het sterfelijke kader,
naar de verste grenzen van de eeuwigheid,
waar Ik, de kosmische oceaan,
kijk naar het kleine ego, drijvend in Mij.
De spreeuw, ieder korreltje zand, zal niet vallen zonder Mijn zicht,
alle ruimte drijft als een ijsberg in Mijn mentale oceaan,
het Kolossale Vat, het Zelf, samengesteld uit alles,
door diepere, langere, dorstige, goeroe-gegeven meditatie,
komt dit hemelse samadhi.
Het beweeglijk ruizen van atomen horend,
de zwarte aarde, bergen, dalen als gesmolten vloeistof,
vloeiende zeeën veranderen in de wasem van spirale nevels,
het Aum blaast door de dampen en opent wonderlijk de versluiering.
Oceanen staan ontbloot, hun stralende elektronen,
totdat, bij de laatste klank van de kosmische drum,
het minder verfijnde licht verdwijnt in eeuwige stralen,
van de alles doordringende zaligheid.
Van vreugde kwam Ik, voor vreugde leef Ik, in heilige vreugde smelt Ik samen,
Oceaan van Geest, Ik drink alle golven van creatie.
Vier sluiers, vast, vloeibaar, gas en licht, trekken op.
Ikzelf, in alles, treedt binnen het grote Zelf,
Voor altijd verdwenen, onbestendige,
flikkerende schaduwen van de sterfelijk herinnering.
Vlekkeloos is mijn mentale hemel, onder, voor en ver boven,
Eeuwigheid en Ik, als één verenigde straal.
Een kleine luchtbel van blijdschap,
Ik Ben werd de Zee van het Vreugdevolle Zelf
Paramhansa Yogananda
-
Geplaatst:ongeveer 1 jaar geleden
-
Door:
-
Groep:Poëzie |
-
-
Discussie:
Reageren op dit artikel? Log in of registreer jezelf
Waarom eKudos gebruiken
- Deel en ontdek nieuws, video’s, foto’s en tips
- Schrijf en plaats nieuws dat jij belangrijk vindt
- Start een vriendennetwerk
- Stem! Op ekudos is heel Nederland de redactie
- Geef je mening en start discussies
- Volg het nieuws van vrienden en bekenden
- Start een weblog met gelijk een groot publiek
- Ontdek het leukste en beste nieuws van het web
unseen, hidden by the fence,
Buddha enters nirvana
Basho