De nieuwe drager (II)
De opening in de muur blijkt toegang te geven tot een brede oplopende gang, die wij gedurende lange tijd volgen, zeker een uur lang en ik voel, dat ik honger en dorst begin te krijgen. Ik herinner mij nu ook weer, dat de wortelheks, die mijn ouders had opgedragen te zorgen dat ik mij voor de doorzieningsproef moest melden, hun tevens had verteld, dat ik daaraan voorafgaand, gedurende een etmaal geen vocht of voedsel tot mij mocht nemen.
Gelukkig komt de gang nu geleidelijk aan zijn eind, we lopen al een poos op een horizontale ondergrond en de muren lijken thans naar opzij uit te wijken. Van het ene op het andere moment lopen we een enorme ruimte binnen, een soort zaal waar langs de kanten lange rijen wortelheksen staan en waar ik in het midden een rond podium kan zien met daarop een aantal zetels.
De opperheks loopt rechtstreeks naar het podium toe en gebaart ons drieëen met haar staf om haar te volgen. De groep heksen, die met ons was meegelopen splitst zich nu en gaat bij hun gelijken aan de kant staan.
Als wij op aanwijzing van de Opperheks ieder in één van de zetels op het podium hebben plaatsgenomen, gaat zij zelf tot onze verbazing met gekruiste benen tegenover ons op de grond zitten en gelijktijdig - met een machtig ruisend geluid - nemen alle aanwezige heksen een zelfde positie in.
De Opperheks heft daarop langzaam haar staf en ik krijg ineens een gewaarwording alsof een grote kracht mij optilt en wegslingert in de richting van een helverlichte, ronde opening in de verte, die bij mijn snelle nadering allengs groter lijkt worden, totdat ik er doorheen barst en terechtkom in een soort woestijn van paarsgekleurd zand.
Ik kom overeind en kijk geschrokken om mij heen. Rondom mij is tot aan de verre horizon alleen de paarse zandvlakte te zien.Van de heksenzaal is niets meer te bespeuren, noch iets wat lijkt op de Boom of onze geliefde stad Haldur. Niet de vertrouwde bergen of de terrassen met hun nijvere arbeiders, geen enkel teken van leven eigenlijk.
Of toch wel……. Rechts van mij klinkt plotseling een vreemde fluittoon, die langzaam steeds harder wordt. Het geluid - net als van een harde wind die door een kloof waait - lijkt te horen bij iets dat lijkt op een voortrollende bal, maar bij nader inzicht een soort bolvormige boerenkar blijkt te zijn, voortgetrokken door een paar wezens, die lijken op een kruising tussen een gele olifant en een gigantische roze kikvors.
Op de bok van dit merkwaardige voertuig zit een soort dwerg in een uitbundig narrenkostuum, die mij grijnslachend aankijkt en - bij mij aangekomen - de teugels met een ruk strak trekt. De kikvors-olifanten komen met een laatste sprong tot stilstand en de voerman springt van zijn wagen op het zand.
'Gegroet en welkom Garuz Onde' zegt de nar met een niet onaangename kwaakstem en ik vraag mij af hoe hij weet hoe ik heet. Ikzelf heb dit heerschap in ieder geval nog nooit ontmoet, want dat zou ik me absoluut hebben herinnerd.
'Je vraagt je af hoe ik je ken' herneemt het mannetje alsof hij mijn gedachten kan lezen. 'Ga er maar van uit, dat de Opper-wortelheks en ik aloude kennissen zijn en zij mij heeft verteld van de proeve die je ondergaan hebt. Ikzelf sta - net als al mijn verwanten trouwens - bekend als Drygorieus, maar de vraag is natuurlijk of we echt bekenden van elkaar worden'. De terloopse manier waarop hij dit laatste zegt geeft me de indruk dat hij dit alleen voor zichzelf opmerkt, maar ik besluit hem daarover geen uitleg te vragen.
'Welnu dan, terzake!' zegt mijn nieuwe kennis. 'Eerst maar eens een resumé van het voorafgaande (zoals de beul tegen de op de bijl wachtende misdadiger zei).
Drie van jullie aardse dagen geleden ben je door de wortelheksen van De Boom opgeroepen om "doorzien" te worden zoals ze dat zo graag noemen. Je ouders en jij hebben je vruchteloos afgevraagd waarom jij, Menismo en Thaleso waren uitverkoren voor deze toetsing. Het antwoord daarop ligt in een ver verleden, een heel ver verleden.
De aardse mensheid in die dagen verkeerde in een situtatie, veel gelijkend op de huidige. Dat wil zeggen, dat door oorlogen (ontstaan door onverdraagzaamheid en machtswellust) en door op eigen gewin gebaseerde uitvindingen en daarmee gepaard gaande onoordeelkundige acties en toepassingen, de aarde als zodanig in een kritieke fase was komen te verkeren. Laat ik je vertellen, dat het niet veel heeft gescheeld of al het menselijk leven was toen verdwenen, want onze wereld, de aarde, kent namelijk een ongekende overlevingsdrang. Deze drang vertaalde zich in het zich voordoen van rampen van ongekende omvang. Enorme aard- en zeebevingen, tornado's en vulkaanuitbarstingen volgden elkaar in hoog tempo op en steeds meer mensen lieten daarbij het leven.
In die dagen echter had de menselijke wetenschap een tot dan toe ongekende vlucht genomen. Geleerden gingen steeds verder met hun onderzoeken en navorsingen en het was onvermijdelijk, dat zij op een gegeven moment de hun opgelegde grenzen zouden overschrijden. En dat gebeurde dan ook.
(wordt vervolgd)
Gelukkig komt de gang nu geleidelijk aan zijn eind, we lopen al een poos op een horizontale ondergrond en de muren lijken thans naar opzij uit te wijken. Van het ene op het andere moment lopen we een enorme ruimte binnen, een soort zaal waar langs de kanten lange rijen wortelheksen staan en waar ik in het midden een rond podium kan zien met daarop een aantal zetels.
De opperheks loopt rechtstreeks naar het podium toe en gebaart ons drieëen met haar staf om haar te volgen. De groep heksen, die met ons was meegelopen splitst zich nu en gaat bij hun gelijken aan de kant staan.
Als wij op aanwijzing van de Opperheks ieder in één van de zetels op het podium hebben plaatsgenomen, gaat zij zelf tot onze verbazing met gekruiste benen tegenover ons op de grond zitten en gelijktijdig - met een machtig ruisend geluid - nemen alle aanwezige heksen een zelfde positie in.
De Opperheks heft daarop langzaam haar staf en ik krijg ineens een gewaarwording alsof een grote kracht mij optilt en wegslingert in de richting van een helverlichte, ronde opening in de verte, die bij mijn snelle nadering allengs groter lijkt worden, totdat ik er doorheen barst en terechtkom in een soort woestijn van paarsgekleurd zand.
Ik kom overeind en kijk geschrokken om mij heen. Rondom mij is tot aan de verre horizon alleen de paarse zandvlakte te zien.Van de heksenzaal is niets meer te bespeuren, noch iets wat lijkt op de Boom of onze geliefde stad Haldur. Niet de vertrouwde bergen of de terrassen met hun nijvere arbeiders, geen enkel teken van leven eigenlijk.
Of toch wel……. Rechts van mij klinkt plotseling een vreemde fluittoon, die langzaam steeds harder wordt. Het geluid - net als van een harde wind die door een kloof waait - lijkt te horen bij iets dat lijkt op een voortrollende bal, maar bij nader inzicht een soort bolvormige boerenkar blijkt te zijn, voortgetrokken door een paar wezens, die lijken op een kruising tussen een gele olifant en een gigantische roze kikvors.
Op de bok van dit merkwaardige voertuig zit een soort dwerg in een uitbundig narrenkostuum, die mij grijnslachend aankijkt en - bij mij aangekomen - de teugels met een ruk strak trekt. De kikvors-olifanten komen met een laatste sprong tot stilstand en de voerman springt van zijn wagen op het zand.
'Gegroet en welkom Garuz Onde' zegt de nar met een niet onaangename kwaakstem en ik vraag mij af hoe hij weet hoe ik heet. Ikzelf heb dit heerschap in ieder geval nog nooit ontmoet, want dat zou ik me absoluut hebben herinnerd.
'Je vraagt je af hoe ik je ken' herneemt het mannetje alsof hij mijn gedachten kan lezen. 'Ga er maar van uit, dat de Opper-wortelheks en ik aloude kennissen zijn en zij mij heeft verteld van de proeve die je ondergaan hebt. Ikzelf sta - net als al mijn verwanten trouwens - bekend als Drygorieus, maar de vraag is natuurlijk of we echt bekenden van elkaar worden'. De terloopse manier waarop hij dit laatste zegt geeft me de indruk dat hij dit alleen voor zichzelf opmerkt, maar ik besluit hem daarover geen uitleg te vragen.
'Welnu dan, terzake!' zegt mijn nieuwe kennis. 'Eerst maar eens een resumé van het voorafgaande (zoals de beul tegen de op de bijl wachtende misdadiger zei).
Drie van jullie aardse dagen geleden ben je door de wortelheksen van De Boom opgeroepen om "doorzien" te worden zoals ze dat zo graag noemen. Je ouders en jij hebben je vruchteloos afgevraagd waarom jij, Menismo en Thaleso waren uitverkoren voor deze toetsing. Het antwoord daarop ligt in een ver verleden, een heel ver verleden.
De aardse mensheid in die dagen verkeerde in een situtatie, veel gelijkend op de huidige. Dat wil zeggen, dat door oorlogen (ontstaan door onverdraagzaamheid en machtswellust) en door op eigen gewin gebaseerde uitvindingen en daarmee gepaard gaande onoordeelkundige acties en toepassingen, de aarde als zodanig in een kritieke fase was komen te verkeren. Laat ik je vertellen, dat het niet veel heeft gescheeld of al het menselijk leven was toen verdwenen, want onze wereld, de aarde, kent namelijk een ongekende overlevingsdrang. Deze drang vertaalde zich in het zich voordoen van rampen van ongekende omvang. Enorme aard- en zeebevingen, tornado's en vulkaanuitbarstingen volgden elkaar in hoog tempo op en steeds meer mensen lieten daarbij het leven.
In die dagen echter had de menselijke wetenschap een tot dan toe ongekende vlucht genomen. Geleerden gingen steeds verder met hun onderzoeken en navorsingen en het was onvermijdelijk, dat zij op een gegeven moment de hun opgelegde grenzen zouden overschrijden. En dat gebeurde dan ook.
(wordt vervolgd)
-
Geplaatst:ongeveer 1 jaar geleden
-
Door:
-
Groep:
-
-
Discussie:
volare
04-06-2010 om 17:26
Spannend!
Reageren op dit artikel? Log in of registreer jezelf
Waarom eKudos gebruiken
- Deel en ontdek nieuws, video’s, foto’s en tips
- Schrijf en plaats nieuws dat jij belangrijk vindt
- Start een vriendennetwerk
- Stem! Op ekudos is heel Nederland de redactie
- Geef je mening en start discussies
- Volg het nieuws van vrienden en bekenden
- Start een weblog met gelijk een groot publiek
- Ontdek het leukste en beste nieuws van het web

