De nieuwe drager
Ver weg hoor ik iemand mijn naam roepen en ik worstel me uit mijn droom omhoog.
'Garuz Onde…….ontwaak!' klinkt het nogmaals en ik sla moeizaam mijn ogen op.
Ik kan mijn hoofd niet bewegen, er zit een strakke band of zoiets om mijn voorhoofd, die geen beweging toestaat en ik merk ook, dat ik in mijn armen en handen geen gevoel heb. De rest van mijn lichaam schijnt geen beperking te zijn opgelegd, maar door de hoofdband en de gevoelloosheid van mijn armen lukt het me niet me op te richten, van wat aanvoelt als een soort stugge hangmat.
Nu word ik aan weerszijden handen gewaar, die worstelen met de riemen, die mijn armen en handen aan en om dikke wortels vastgebonden houden en er komt een herinnering naar boven aan het moment, dat de riemen werden aangebracht en alle gevoel werd afgesneden.
Langzaam wordt mijn hoofd helderder en dan het komt allemaal beetje bij beetje terug in golfjes van beelden en geuren. Geuren….. Ik adem diep in en ruik weer de vochtige aardelucht die in deze ruimte hangt, weliswaar niet zo zwaar drukkend als toen ik het bewustzijn verloor of in slaap viel of wat er ook met me is gebeurd, en ook ontbreekt er nu een element, dat ik niet goed kan beschrijven, maar wat mij - kan ik mij nog herinneren van gisteren of is het langer geleden? - toen een zekere angst heeft ingeboezemd.
De behulpzame handen hebben de riemen om mijn armen inmiddels weten te lossen en beginnen nu aan die, welke mijn blote handen intens vast om de wortels geklemd houden. Iemand anders maakt de hoofdband los en er wordt een kussen onder mijn hoofd geschoven, zodat ik meer van mijn omgeving kan zien.
Ik zie naast me twee vrouwen in groenbruine mantels met kappen op, die hun bleke gezichten half bedekken. Toch is duidelijk te zien, dat het wortelheksen zijn: ik hoef daarvoor alleen maar naar hun spierwitte handen met de griezelige, kronkelige vingers en lange zwarte nagels te kijken.
Verder in de grote ruimte waar ik lig zie ik nog twee hangmatten, elk ook voorzien van een jonge man als ik en terwijl ik kijk schopt één van hen de deken, die over hem heen ligt met een gefrustreerde ruk van zich af. Hierdoor blijkt, dat hij totaal geen kleding aanheeft. Ik was zonet van plan om mij ook van mijn deken te bevrijden, maar besluit nu toch nog maar even te wachten tot de situatie wat duidelijker wordt.
Mijn naakte lotgenoot, verre van zich bezwaard te voelen over zijn ontbloting, werpt een blik in mijn richting, kijkt betekenisvol naar de heksen naast hem en knipoogt langzaam en sensueel. Ik herken Thaleso, die net als ik door de wortelheksen was opgeroepen om "doorzien" te worden en glimlach naar hem. Thaleso is best een aardige jongen, altijd haantje de voorste in sport en spel en immer bereid voor een aardig meisje alle voorzichtigheid opzij te werpen. Die laatste eigenschap heeft hem berucht en gehaat gemaakt bij alle vaders van knappe meisjes in de verre omtrek, maar heeft hem nooit ook maar een moment kunnen afschrikken.
Verder achter Thaleso komt in de derde hangmat nog iemand traag overeind. Het blijkt Menismo te zijn, die net als Thaleso en ik door de heksen was opgehaald. Met hem heb ik nooit kunnen opschieten. Zijn kijk op de mensen om hem heen bevalt me niet, omdat die lijnrecht tegenover die van mij staat. Voor Menismo geldt alleen Menismo, het welbehagen van andere mensen is voor hem totaal onbelangrijk en hij gebruikt wanneer en waar mogelijk iedereen om er zelf beter (lees: machtiger) van te worden. Hij is behept met een superego en was de enige van ons driëen, die zijn oproep door de heksen als vanzelfsprekend had beschouwd. Daarbij gaf hij echter wel heel openlijk blijk van zijn onbegrip en ontstemming, toen duidelijk werd dat hij slechts één van de drie geroepenen was.
Menismo keurt ons beiden geen blik waardig en zodra de hem toegewezen heksen zijn riemen hebben verwijderd, stapt hij, de deken waardig om zich heen geslagen, uit zijn hangmat en begint zijn handen en polsen te wrijven.
Thaleso en ik, nu eveneens bevrijd van onze riemen, banden, touwen en windsels, laten ons eveneens op de grond zakken (ik met de deken strak om me heen)en beginnen ook de gevoelloosheid in onze ledematen te trachten weg te wrijven.
De dikke wortels waaraan wij waren vastgebonden beginnen zich op dit moment in de aarden muren terug te trekken en alle wortelheksen vallen daarop onmiddellijk op hun knieën en leggen het voorhoofd op de grond.
Achter mij hoor ik nu een aanzwellend gerucht en mij omdraaiend zie ik een stoet wortelheksen aan komen lopen, allen identiek in hun groenbruine mantels en kappen gehuld. Vooraan loopt de Opperheks, die ik herken aan haar kroon van witte wortels, doorstrengeld met groene loten, die voortdurend in beweging zijn.
Twee heksen hebben wijde broeken en jasjes in sombere kleuren bij zich, die ze nu bij ons brengen en die wij snel aantrekken, terwijl de Opperheks met verholen ongeduld wacht tot wij gereed zijn. Zij heft haar staf, zo te zien een levende wortel, want de punt lijkt de grond bij haar hautaine voortschrijden af te snuffelen en wijst naar links, waar inmiddels in de aarden ommuring een grote opening is verschenen, waar een gedempt licht zichtbaar is.
Het is duidelijk dat wij haar moeten volgen en ietwat dociel stappen Thaleso en ik naar voren en voegen ons bij de heksengroep, die onmiddellijk ruim plaats voor ons maakt. De heksen buigen allen het hoofd in onze richting en ik voel tot mijn verbazing uit de groep een haast tastbaar gevoel van met ontzag vermengde angst op ons afkomen.
Menismo, zie ik, heeft zich met zijn karakteristieke eigenwaan inmiddels tot vooraan de groep weten te werken en stapt nu, zelfverzekerd en met opgeheven hoofd naast de Opperheks voort. Deze heeft even zijdelings naar hem gekeken, maar verkiest blijkbaar aan zijn impertinentie verder geen zichtbare aandacht te schenken.
(wordt vervolgd)
'Garuz Onde…….ontwaak!' klinkt het nogmaals en ik sla moeizaam mijn ogen op.
Ik kan mijn hoofd niet bewegen, er zit een strakke band of zoiets om mijn voorhoofd, die geen beweging toestaat en ik merk ook, dat ik in mijn armen en handen geen gevoel heb. De rest van mijn lichaam schijnt geen beperking te zijn opgelegd, maar door de hoofdband en de gevoelloosheid van mijn armen lukt het me niet me op te richten, van wat aanvoelt als een soort stugge hangmat.
Nu word ik aan weerszijden handen gewaar, die worstelen met de riemen, die mijn armen en handen aan en om dikke wortels vastgebonden houden en er komt een herinnering naar boven aan het moment, dat de riemen werden aangebracht en alle gevoel werd afgesneden.
Langzaam wordt mijn hoofd helderder en dan het komt allemaal beetje bij beetje terug in golfjes van beelden en geuren. Geuren….. Ik adem diep in en ruik weer de vochtige aardelucht die in deze ruimte hangt, weliswaar niet zo zwaar drukkend als toen ik het bewustzijn verloor of in slaap viel of wat er ook met me is gebeurd, en ook ontbreekt er nu een element, dat ik niet goed kan beschrijven, maar wat mij - kan ik mij nog herinneren van gisteren of is het langer geleden? - toen een zekere angst heeft ingeboezemd.
De behulpzame handen hebben de riemen om mijn armen inmiddels weten te lossen en beginnen nu aan die, welke mijn blote handen intens vast om de wortels geklemd houden. Iemand anders maakt de hoofdband los en er wordt een kussen onder mijn hoofd geschoven, zodat ik meer van mijn omgeving kan zien.
Ik zie naast me twee vrouwen in groenbruine mantels met kappen op, die hun bleke gezichten half bedekken. Toch is duidelijk te zien, dat het wortelheksen zijn: ik hoef daarvoor alleen maar naar hun spierwitte handen met de griezelige, kronkelige vingers en lange zwarte nagels te kijken.
Verder in de grote ruimte waar ik lig zie ik nog twee hangmatten, elk ook voorzien van een jonge man als ik en terwijl ik kijk schopt één van hen de deken, die over hem heen ligt met een gefrustreerde ruk van zich af. Hierdoor blijkt, dat hij totaal geen kleding aanheeft. Ik was zonet van plan om mij ook van mijn deken te bevrijden, maar besluit nu toch nog maar even te wachten tot de situatie wat duidelijker wordt.
Mijn naakte lotgenoot, verre van zich bezwaard te voelen over zijn ontbloting, werpt een blik in mijn richting, kijkt betekenisvol naar de heksen naast hem en knipoogt langzaam en sensueel. Ik herken Thaleso, die net als ik door de wortelheksen was opgeroepen om "doorzien" te worden en glimlach naar hem. Thaleso is best een aardige jongen, altijd haantje de voorste in sport en spel en immer bereid voor een aardig meisje alle voorzichtigheid opzij te werpen. Die laatste eigenschap heeft hem berucht en gehaat gemaakt bij alle vaders van knappe meisjes in de verre omtrek, maar heeft hem nooit ook maar een moment kunnen afschrikken.
Verder achter Thaleso komt in de derde hangmat nog iemand traag overeind. Het blijkt Menismo te zijn, die net als Thaleso en ik door de heksen was opgehaald. Met hem heb ik nooit kunnen opschieten. Zijn kijk op de mensen om hem heen bevalt me niet, omdat die lijnrecht tegenover die van mij staat. Voor Menismo geldt alleen Menismo, het welbehagen van andere mensen is voor hem totaal onbelangrijk en hij gebruikt wanneer en waar mogelijk iedereen om er zelf beter (lees: machtiger) van te worden. Hij is behept met een superego en was de enige van ons driëen, die zijn oproep door de heksen als vanzelfsprekend had beschouwd. Daarbij gaf hij echter wel heel openlijk blijk van zijn onbegrip en ontstemming, toen duidelijk werd dat hij slechts één van de drie geroepenen was.
Menismo keurt ons beiden geen blik waardig en zodra de hem toegewezen heksen zijn riemen hebben verwijderd, stapt hij, de deken waardig om zich heen geslagen, uit zijn hangmat en begint zijn handen en polsen te wrijven.
Thaleso en ik, nu eveneens bevrijd van onze riemen, banden, touwen en windsels, laten ons eveneens op de grond zakken (ik met de deken strak om me heen)en beginnen ook de gevoelloosheid in onze ledematen te trachten weg te wrijven.
De dikke wortels waaraan wij waren vastgebonden beginnen zich op dit moment in de aarden muren terug te trekken en alle wortelheksen vallen daarop onmiddellijk op hun knieën en leggen het voorhoofd op de grond.
Achter mij hoor ik nu een aanzwellend gerucht en mij omdraaiend zie ik een stoet wortelheksen aan komen lopen, allen identiek in hun groenbruine mantels en kappen gehuld. Vooraan loopt de Opperheks, die ik herken aan haar kroon van witte wortels, doorstrengeld met groene loten, die voortdurend in beweging zijn.
Twee heksen hebben wijde broeken en jasjes in sombere kleuren bij zich, die ze nu bij ons brengen en die wij snel aantrekken, terwijl de Opperheks met verholen ongeduld wacht tot wij gereed zijn. Zij heft haar staf, zo te zien een levende wortel, want de punt lijkt de grond bij haar hautaine voortschrijden af te snuffelen en wijst naar links, waar inmiddels in de aarden ommuring een grote opening is verschenen, waar een gedempt licht zichtbaar is.
Het is duidelijk dat wij haar moeten volgen en ietwat dociel stappen Thaleso en ik naar voren en voegen ons bij de heksengroep, die onmiddellijk ruim plaats voor ons maakt. De heksen buigen allen het hoofd in onze richting en ik voel tot mijn verbazing uit de groep een haast tastbaar gevoel van met ontzag vermengde angst op ons afkomen.
Menismo, zie ik, heeft zich met zijn karakteristieke eigenwaan inmiddels tot vooraan de groep weten te werken en stapt nu, zelfverzekerd en met opgeheven hoofd naast de Opperheks voort. Deze heeft even zijdelings naar hem gekeken, maar verkiest blijkbaar aan zijn impertinentie verder geen zichtbare aandacht te schenken.
(wordt vervolgd)
-
Geplaatst:ongeveer 1 jaar geleden
-
Door:
-
Groep:
-
-
Discussie:
Reageren op dit artikel? Log in of registreer jezelf
Waarom eKudos gebruiken
- Deel en ontdek nieuws, video’s, foto’s en tips
- Schrijf en plaats nieuws dat jij belangrijk vindt
- Start een vriendennetwerk
- Stem! Op ekudos is heel Nederland de redactie
- Geef je mening en start discussies
- Volg het nieuws van vrienden en bekenden
- Start een weblog met gelijk een groot publiek
- Ontdek het leukste en beste nieuws van het web

