herinneringen (2)
Herinneringen van een verkoper van grafmonumenten (2)
Het was één van die dagen, waarop ik wel eens de indruk krijg, dat iedereen op die speciale datum heeft gewacht om onze zaak met een bezoek te vereren.
Vanaf 10 uur 's morgens tot 4 uur 's middags wisselden de bezoekers zich af. Niet allemaal direct beslissende klanten helaas, want uiteindelijk had ik maar één monumen verkocht en dat was bovendien een zeer bescheiden staande steen van even bescheiden afmeting als steensoort.
Om kwart voor vijf liep ik de achtertuin in, waar we ook een showruimte hebben ingericht met voornamelijk ruwe, natuurlijk aandoende gedenktekens.
Ik was al lang van plan om daar wat bronzen lantaarns te plaatsen, die van zonnecellen zijn voorzien, zodat ook in het donker altijd een lampje flikkert, maar het mocht niet zo zijn. De deurbel klonk en maande me weer naar binnen.
Doordat ik vanuit de zonnige tuin in de onverlichte showroom kwam zag ik in eerste instantie niet of er iemand was binnengekomen, totdat een beweging in één van de hoeken een gestalte in een - zo op het oog diepzwarte - lange jas onthulde.
Naderbijgekomen zag ik mij gekonfronteerd met een zeer deftig ogende dame, waaraan alles zwart leek - zelfs tot en met haar kapsel - met uitzondering van diverse schitterende ringen aan haar vingers.
Die zwarte indruk kwam ook door de kleur van haar ogen zag ik nu en ook door een soort diepe somberheid die haar als een tweede mantel omhulde.
De deftigheid sprak uit haar heerszuchtig gelaat (niet onknap kon ik konstateren) en haar algehele doen en laten en werd verder versterkt door haar manier van praten. Niet direct bekakt, maar wel getuigend van een zich doorgaans in kringen bewegend waar ik mij niet in beweeg, zullen we maar zeggen.
Niettemin, een rechtgeaard verkoper van grafmonumenten kan zich met iedereen verstaan, of het nu beschaafde of onbeschaafde, ontwikkelde of onontwikkelde, gelovige of ongelovige, rijke, arme, patserige of bescheiden mensen betreft. Dus werd ik de beleefde, welopgevoede, deskundige en meelevende funktionaris, van wie ik dacht dat deze dame graag in een zaak als deze verwachtte en vroeg hoe ik haar van dienst kon zijn.
'Ik ben hier voor mijn man' zei zij, om er direct daarna aan toe te voegen: 'dat wil zeggen voor mijn overleden man'. Het feit dat ze niet zei "mijn echtgenoot" nam me onmiddellijk voor haar in. Hiermee gaf ze blijk van een gevoeligheid, die niet bleek uit haar ongenaakbare voorkomen.
Uit de antwoorden op mijn vragen, bedoeld om essentiële zaken als "welke begraafplaats, familiegraf of alemeen graf, voorkeur voor steensoort, voorkeur voor model" te weten te komen destilleerde ik al gauw, dat het enige dat haar interesseerde was, dat de uiteindelijke keuze in alle opzichten perfekt moest zijn.
Een dergelijke wetenschap is voor professionals als ik doorgaans hartverwarmend zoals dat heet. Immers, de klant geeft aan dat de kosten niet doorslaggevend zijn en wij, vakmensen op ons gebied, beseffen dat wij zonder echt op kosten te moeten letten iets moois kunnen realiseren, waar we ook zélf volkomen achter kunnen staan.
Mijn cliënte in spé deed toen iets dat mij aanzette om voor haar alles uit de kast te halen. Ze keek me even aan - een beetje verlegen leek het wel - en zei: 'Ik zou het liefst willen dat er iets van een hartvorm in wordt verwerkt en dat het zo mooi mogelijk wordt, want het is voor mijn man en dan is het mooiste nog niet goed genoeg' en daarbij brak een zo mooie lach op haar gezicht door, dat de hele showroom leek op te lichten.
Ik kan redelijk goed tekenen en - gezeten aan de grote tafel in onze spreekkamer - schetste ik een hartvormige staande steen met liggende banden, een vloerplaat en een grote beplantingsruimte, want dat had mevrouw al aangegeven te willen hebben.
Aangezien ik - wat ik in mijn hoofd had - voor mijn bezoekster graag zo goed mogelijk aanschouwelijk wilde maken, was ik zo geconcentreerd bezig, dat ik tijdens het tekenen niet naar haar keek. Ineens hoorde ik een raar verstikt geluid en keek geschrokken op.
Mijn cliënte zat stijf rechtop tegenover me naar mijn tekening te kijken en twee dikke tranen rolden langs
haar neus naar beneden, zo op één van mijn fotoboeken, dat daar toevallig lag.
Dit is al een poosje geleden gebeurd, de steen is prachtig geworden en de tranenvlekken zijn niet meer zichtbaar op de kaft van mijn fotoboek.
Het beeld echter van die twee tranen op hun trage loop naar beneden, blijft voor altijd in mijn herinnering geëtst.
Het was één van die dagen, waarop ik wel eens de indruk krijg, dat iedereen op die speciale datum heeft gewacht om onze zaak met een bezoek te vereren.
Vanaf 10 uur 's morgens tot 4 uur 's middags wisselden de bezoekers zich af. Niet allemaal direct beslissende klanten helaas, want uiteindelijk had ik maar één monumen verkocht en dat was bovendien een zeer bescheiden staande steen van even bescheiden afmeting als steensoort.
Om kwart voor vijf liep ik de achtertuin in, waar we ook een showruimte hebben ingericht met voornamelijk ruwe, natuurlijk aandoende gedenktekens.
Ik was al lang van plan om daar wat bronzen lantaarns te plaatsen, die van zonnecellen zijn voorzien, zodat ook in het donker altijd een lampje flikkert, maar het mocht niet zo zijn. De deurbel klonk en maande me weer naar binnen.
Doordat ik vanuit de zonnige tuin in de onverlichte showroom kwam zag ik in eerste instantie niet of er iemand was binnengekomen, totdat een beweging in één van de hoeken een gestalte in een - zo op het oog diepzwarte - lange jas onthulde.
Naderbijgekomen zag ik mij gekonfronteerd met een zeer deftig ogende dame, waaraan alles zwart leek - zelfs tot en met haar kapsel - met uitzondering van diverse schitterende ringen aan haar vingers.
Die zwarte indruk kwam ook door de kleur van haar ogen zag ik nu en ook door een soort diepe somberheid die haar als een tweede mantel omhulde.
De deftigheid sprak uit haar heerszuchtig gelaat (niet onknap kon ik konstateren) en haar algehele doen en laten en werd verder versterkt door haar manier van praten. Niet direct bekakt, maar wel getuigend van een zich doorgaans in kringen bewegend waar ik mij niet in beweeg, zullen we maar zeggen.
Niettemin, een rechtgeaard verkoper van grafmonumenten kan zich met iedereen verstaan, of het nu beschaafde of onbeschaafde, ontwikkelde of onontwikkelde, gelovige of ongelovige, rijke, arme, patserige of bescheiden mensen betreft. Dus werd ik de beleefde, welopgevoede, deskundige en meelevende funktionaris, van wie ik dacht dat deze dame graag in een zaak als deze verwachtte en vroeg hoe ik haar van dienst kon zijn.
'Ik ben hier voor mijn man' zei zij, om er direct daarna aan toe te voegen: 'dat wil zeggen voor mijn overleden man'. Het feit dat ze niet zei "mijn echtgenoot" nam me onmiddellijk voor haar in. Hiermee gaf ze blijk van een gevoeligheid, die niet bleek uit haar ongenaakbare voorkomen.
Uit de antwoorden op mijn vragen, bedoeld om essentiële zaken als "welke begraafplaats, familiegraf of alemeen graf, voorkeur voor steensoort, voorkeur voor model" te weten te komen destilleerde ik al gauw, dat het enige dat haar interesseerde was, dat de uiteindelijke keuze in alle opzichten perfekt moest zijn.
Een dergelijke wetenschap is voor professionals als ik doorgaans hartverwarmend zoals dat heet. Immers, de klant geeft aan dat de kosten niet doorslaggevend zijn en wij, vakmensen op ons gebied, beseffen dat wij zonder echt op kosten te moeten letten iets moois kunnen realiseren, waar we ook zélf volkomen achter kunnen staan.
Mijn cliënte in spé deed toen iets dat mij aanzette om voor haar alles uit de kast te halen. Ze keek me even aan - een beetje verlegen leek het wel - en zei: 'Ik zou het liefst willen dat er iets van een hartvorm in wordt verwerkt en dat het zo mooi mogelijk wordt, want het is voor mijn man en dan is het mooiste nog niet goed genoeg' en daarbij brak een zo mooie lach op haar gezicht door, dat de hele showroom leek op te lichten.
Ik kan redelijk goed tekenen en - gezeten aan de grote tafel in onze spreekkamer - schetste ik een hartvormige staande steen met liggende banden, een vloerplaat en een grote beplantingsruimte, want dat had mevrouw al aangegeven te willen hebben.
Aangezien ik - wat ik in mijn hoofd had - voor mijn bezoekster graag zo goed mogelijk aanschouwelijk wilde maken, was ik zo geconcentreerd bezig, dat ik tijdens het tekenen niet naar haar keek. Ineens hoorde ik een raar verstikt geluid en keek geschrokken op.
Mijn cliënte zat stijf rechtop tegenover me naar mijn tekening te kijken en twee dikke tranen rolden langs
haar neus naar beneden, zo op één van mijn fotoboeken, dat daar toevallig lag.
Dit is al een poosje geleden gebeurd, de steen is prachtig geworden en de tranenvlekken zijn niet meer zichtbaar op de kaft van mijn fotoboek.
Het beeld echter van die twee tranen op hun trage loop naar beneden, blijft voor altijd in mijn herinnering geëtst.
-
Geplaatst:over 2 jaren geleden, populair sinds over 2 jaren (in 8 uur)
-
Door:
-
Groep:
-
-
Discussie:
Reageren op dit artikel? Log in of registreer jezelf
Waarom eKudos gebruiken
- Deel en ontdek nieuws, video’s, foto’s en tips
- Schrijf en plaats nieuws dat jij belangrijk vindt
- Start een vriendennetwerk
- Stem! Op ekudos is heel Nederland de redactie
- Geef je mening en start discussies
- Volg het nieuws van vrienden en bekenden
- Start een weblog met gelijk een groot publiek
- Ontdek het leukste en beste nieuws van het web


thanks!