De wollef en de sefe geitjes.
Der wasse sefe geitjes en op een dag moet de ouwe geit naar de markt om d'r bonkaart te verpatse. Toen see se tegen de geitjes, "jongens, moet mot effe weg geen rottigheid uithale. Als de wollef komt, seg dan dat ie dood kan falle, niet ope doen".
"Das dan hartstikke jofel"seije de geitjes. Dat is dan foor se roodkopere"see de ouwe. "Nou de massel hoor", Toen de ouwe weg was gonge de geitjes spelletjes doen en alles was kits, totdat er op de deur wier gerammeld. "Daar hebbie ut gedonder in de glaase", seeje de geitjes,"Wat mot je"" see de een. "Maak de deur is ff ope knapie",see de wolf, die buiten sting en de boel wou vernaggele. "Je suster", seeje de geitjes, die horde dat ut de wollef was. "We kijke wel uit hoor, laser op, hufter neem je tante in de feiling". Affijn de wollef drukte sun porum, want tioe foelde wel datte de geitjes hem in de smiese hadde en dat ut een fuil bakkie was. Effe later kwam ie terug rn see met een frouwestem dat se de deur open moste maken, want de tent sat nog steeds op slot. De geitjes dochte dat alles jofel was, maar eentje was er toch so link om de wollef te frage sun poot te late sien. Nouw most ie wat anders fersinneen ie douwde sun jat in ut meel om se wit te late scheine. Toen de geitjes weer froege om sun grijpstuivers te late sien, dochte se dat alles oke was en seeje, "goeie soep jongens, open die tent". De wollef kwam binne en see."Nouw heb ik jullie an je staart, fuile stinkers". De geitjes schrokke sich ut apelaserus. De wollef sloeg se half lens en frat se op. Alleen ut sefende geitje was so om in de klok te duike en bleef daar sitte pleite ging.Affijn safes kwam de ouwe geit, Hartstikke in de lorum thuis en ut kleine geitje see, Dat die rot wollef de andere ses in sun muil had gedouwd. "Soo 'n stuk schorum", see de oiwe, die er meteen de schurft in kreeg. "Die rot geintjes sal ik die goser es effe aflere". De ouwe nam un ent hout en gingmet ut geitje naar ut hol fan dat loeder, die met sun folle pens foot pampus op sun flooienbunker lei te snurke. "heb jij mijn kindere opgefrete loeder", schreeuwde de ouwe. De wollef wier wakker en schrok sich rot. "Ben je belaserd"see die gauw. Ïk heb geen poot buite de deur geset". Hij liegt dat ie barst"", riep ut geitje, "Ik heppet self gesien". De ouwe sprong naar de wollef toe en sloeg um met un opdoffer se hassses in. De wollef lag meteen kassieweile en was in un mum fan tijd de pijp uit. De ouwe nam een neifie en snee de pens fan de wollef ope. De geitjes sprngen er meteen uit en songe: Daar benne we weer. "Jullie kenne van geluk spreken", see de ouwe, "Daar wasse jullie bijna de pineut geweest". Affijn om kort te gaan, se douwde de bast fan de wollef fol met keije en se laserde um in de majum en de geitjes leefdee nog lang en gelukkig.
"Das dan hartstikke jofel"seije de geitjes. Dat is dan foor se roodkopere"see de ouwe. "Nou de massel hoor", Toen de ouwe weg was gonge de geitjes spelletjes doen en alles was kits, totdat er op de deur wier gerammeld. "Daar hebbie ut gedonder in de glaase", seeje de geitjes,"Wat mot je"" see de een. "Maak de deur is ff ope knapie",see de wolf, die buiten sting en de boel wou vernaggele. "Je suster", seeje de geitjes, die horde dat ut de wollef was. "We kijke wel uit hoor, laser op, hufter neem je tante in de feiling". Affijn de wollef drukte sun porum, want tioe foelde wel datte de geitjes hem in de smiese hadde en dat ut een fuil bakkie was. Effe later kwam ie terug rn see met een frouwestem dat se de deur open moste maken, want de tent sat nog steeds op slot. De geitjes dochte dat alles jofel was, maar eentje was er toch so link om de wollef te frage sun poot te late sien. Nouw most ie wat anders fersinneen ie douwde sun jat in ut meel om se wit te late scheine. Toen de geitjes weer froege om sun grijpstuivers te late sien, dochte se dat alles oke was en seeje, "goeie soep jongens, open die tent". De wollef kwam binne en see."Nouw heb ik jullie an je staart, fuile stinkers". De geitjes schrokke sich ut apelaserus. De wollef sloeg se half lens en frat se op. Alleen ut sefende geitje was so om in de klok te duike en bleef daar sitte pleite ging.Affijn safes kwam de ouwe geit, Hartstikke in de lorum thuis en ut kleine geitje see, Dat die rot wollef de andere ses in sun muil had gedouwd. "Soo 'n stuk schorum", see de oiwe, die er meteen de schurft in kreeg. "Die rot geintjes sal ik die goser es effe aflere". De ouwe nam un ent hout en gingmet ut geitje naar ut hol fan dat loeder, die met sun folle pens foot pampus op sun flooienbunker lei te snurke. "heb jij mijn kindere opgefrete loeder", schreeuwde de ouwe. De wollef wier wakker en schrok sich rot. "Ben je belaserd"see die gauw. Ïk heb geen poot buite de deur geset". Hij liegt dat ie barst"", riep ut geitje, "Ik heppet self gesien". De ouwe sprong naar de wollef toe en sloeg um met un opdoffer se hassses in. De wollef lag meteen kassieweile en was in un mum fan tijd de pijp uit. De ouwe nam een neifie en snee de pens fan de wollef ope. De geitjes sprngen er meteen uit en songe: Daar benne we weer. "Jullie kenne van geluk spreken", see de ouwe, "Daar wasse jullie bijna de pineut geweest". Affijn om kort te gaan, se douwde de bast fan de wollef fol met keije en se laserde um in de majum en de geitjes leefdee nog lang en gelukkig.
-
Geplaatst:over 2 jaren geleden, populair sinds over 2 jaren (in 6 uur)
-
Door:
-
Categorie:
-
-
Discussie:
Reageren op dit artikel? Log in of registreer jezelf
Waarom eKudos gebruiken
- Deel en ontdek nieuws, video’s, foto’s en tips
- Schrijf en plaats nieuws dat jij belangrijk vindt
- Start een vriendennetwerk
- Stem! Op ekudos is heel Nederland de redactie
- Geef je mening en start discussies
- Volg het nieuws van vrienden en bekenden
- Start een weblog met gelijk een groot publiek
- Ontdek het leukste en beste nieuws van het web

Mag ik hopen dat dit niet je laatste 'vertaling'is ?
Er wieren is zeven geitjes en hun moer. Op een jofele dag moest moeders naar de markt om snesies te make want er wier bekant niets meer te hachele. Dus ze riep tegen haar koters: “luister allemaal, we hebbe niks mee te kane, dus ik mot effe de baan op om te konkefoefele of ik wat te nasse ken versiere. We zitte zwaar in de merode dus het zal op gappe uit lope. Jullie motte hier op het kot blijve om hier de boel in de smiese te houwe. Let op voor de wollef, die miesgasser, dat ie je niet in de maling neemt. Hou de deure in de vernolling en laat je niet kisten. Hou je kiendoppe ope en wordt vooral niet pagud. Nou, gedaggies ik ben snel weerom.
Terwijl moeder aan haar kuierlatte trok, gooide de oudste geitekoter alle deure en rame secuur in de vernolling. De twee jongste geite begonne op stoot met elkaar te matte, waarop de oudste de twee een stevige hengst tegen hun potje gaf. Terwijl de twee stinge te planjeren, gaf het oudste geitje een bekatting, “Ons mam vraagt of we op wille lette, dus motte jullie geen haarlemmerdijkies make maar me hellepe, knijs ie”. De twee knikten. “Jullie zijn heus reuze gis, hou je verder gedijst en hou deure en rame in het snotje”. Koud was ie klaar met poekele of er wier aan de deur gebonst, een schorre stem klonk “Attenooi, lieve kinderen doe is ope, ik heb op zijn janboerenfluitjes iets te kane geregeld, ik ben weer terug met de jatschore”.
“Ben je helemaal belatafeld” katte het oudste geitje ”druk maar gouw je fieselefasie, ik hoor aan je stem dat de wolf bent, vuile lijer. Ga nou gauw iemand anders in de veiling lope neme, patjepejer”.
De wolf droop af en zat te begaffele hoe hij in het kot van de geite kon rake. Ondertusse bij de geite, was de stemming operbest, “Oj, zag je hoe die graftak aan de deur stond te rammeie, maar we hadden um in de smiese”, riep een van de koters.
Ze ware een potje aan het bamzaaie toen de wolf weerom op de poort stond te hengste; met een hoge stem sting de wolf te soebatte, “joehoe, liefe geitjes, ik ben weerom met het bikkesement, doe effe ope”. Het vijfde geitje liep al naar de deur om de deur van de vernolling af te gooie. Het oudste geitje siste echter “houd je gedeist”. Door de deur heen riep ie, “ik doe het luikie ope, steek daar je jat maar door”. De wolf kon niet anders dan zijn hoef door het luikie te steke.
“De rambam, groenzoeter, je mot effe eerder opstaan als je mij wilt verloene, zoutelose afkoker die je bent”. De wolf droop weer af.
Later sting de wolf weer te ramme en te pattere, met se hoge stem, “doe ope liefe kinders, deze keer ben ik het echt”. Het oudste geitje riep weer “steek je jat maar door het luikje”. Deze keer had de bijgoochem zijn poot door wit meel gehaald. Toen het geitje de witte poot zag knikte hij tege se broertje, deze haalde subiet de deur uit de vernolling. Met een knal klapte de deur tegen de mure. Nog voor de oudste geit zijn verschutting overzag, naste de wolf alle geite. Nee niet alle geite, het jongste geitje drukte zichzelf in het olmse uurwerk. De wolf, peiger alstie was van het jage en het nasse, besloot om effe de luike te sluite. Hij toog naar zijn duikadres om effe te maffe.
Moeder geit was inmiddels het goudvinkie en liep terug naar haar kot, bepakt met schore. Ze had in haar peeskamer vijf bokke afgewerkt en zat weer goed in haar slappe was, verder had ze in de winkels haar handen flink late wappere, ze had moeite om alles te verstouwe. Toen ze weer in haar huisje stapte was alles penages, “attenoi” jammerde ze. Toen het jongste geitje haar stem hoorde kwam hij uit de klok. “Het was de wolf mam, hij heeft al mijn broertje op zitten kane”
“We zulle die miesgasser te pakke neme, kom mee”. Ze pakte het scherpste nijf dat ze kon vinde en stekkerde naar het hol van die groeplijer van een wollef. Bij het hol gekome jaapte ze in een haal de pens van de slapende wolf ope. Op stoot spronge alle opgegete geite uit de jaap. “Nou zulle wij de wolf is beseibele, haal vlug grote keie van de waterkant”. De koters ginge fluks keie hale, de buik van de wolf werd er mee afgelaaie”. Met grote steke jaste moeders de buik weer dicht. “Vlug zoek gauw een schutplek ik geloof dat ie weer bij de tijd komt”. Net ware alle geite weggestoke, of de wolf wier wakker. Hij moserde bij zich zelf “ tering wat ben ik afgepeigerd en wat heb ik een dorst, effe wat drinke”. Hij hees zich moeizaam overeind en slenterde landerig naar de snelstromende rivier. Toen hij zich over het water bukte begonne alle stene in zijn lijer te rolle. Op stoot verloor de wolf zijn evenwicht en duikelde in het maaiem. Dat was de wolf.
De geite stekkerde weer naar hun huissie en ginge lekker nasse, moeders nam een paar keiltjes om het te vieren en haar pijnlijke doos te vergete. Ten slotte had ze als temeier vijf bokke afgewerkt.
Ingrid_Nelis; waar concurrentie is wordt het product beter of goedkoper, dat moet voor jullie beide een goede reden zijn om door te gaan.
Gun ons toch dat beetje gein...