Equdos - De privatisering van God (slot) en enkele nadere tips bij het vinden van je roeping
Er is voor mij niets leuker dan over het vinden van je roeping te praten en dus (zij het iets minder) ook erover schrijven. En weer liep ik vast want was het wel mijn roeping daarover te schrijven? Je kunt je redden door te zeggen wie A zegt moet ook B zeggen – maar daar geloof ik niet zo hard in. Je kunt ook inzien dat je niet A had moeten zeggen.
En ik kon niet verder. Tot een uur geleden. Eigenlijk is het stikeenvoudig: besef dat roepingen bestaan, vraag je af of je misschien een roeping hebt (controleer jezelf kritisch hoe je aan die gedachte bent gekomen en ga vooral niet zitten geloven) en de rest gaat vanzelf. Een appelboom hoeft ook nooit te vragen of hij gaat bloeien – nou ja misschien.
Maar dit artikel begon dus met een periode van leegte die vanaf half maart duurde.
Stilletjes hoopte ik op een toevallig teken. Wie mijn artikelen gevolgd heeft vanaf ‘Dromen zonder bedrog’ weet dat ik een heilig ontzag heb voor het onlogische, onvoorziene en altijd weer als een duveltje uit een doosje op je weg springende toeval. Dit keer kwam het toeval in de vorm van Herman Hesse’s roman De Steppewolf. Op pag 50-52 (uitgave 1977 De Bezige Bij Amsterdam) staat een niet mis te verstaan stuk over burgerdom en de veiligheid die het onopvallende ‘een van de vele burgers zijn’ je biedt. Wees gewaarschuwd: je roeping volgen betekent je nek uitsteken en vaak spot en beledigingen incasseren. En van schrijverswebben geweerd worden! Het liefst zouden je tegenstanders je willen kruisigen.
Met je roeping omgaan is spelen met vuur, want je roeping vinden betekent: ‘Hier ben ik’ zeggen tegen een hinderlijke stem die je aan het werk zet. Om het in afschuwelijk kerkelijk jargon te zeggen: God roept je nooit om ‘Ga maar zo door’ te zeggen. God zet je aan het werk om te waarschuwen of dwars te liggen. Maar als je het gevoel hebt niet alles uit je leven te halen of zelfs last denkt te hebben van depressies, dan is het goed om na te denken of je misschien een roeping moet volgen.
Er zijn wat simplistische trucs mogelijk.
De belangrijkste stap om te ontdekken wat je roeping is, is je afvragen welke gebeurtenis in je leven de eerste was waarbij je je hartstikke blij voelde. De allereerste gebeurtenis waarbij je enorm gelachen hebt of waar je voor het eerst je geweldig trots voelde, dat is de omstandigheid waarin je roeping verborgen zit. Het zal gaan om een kinderherinnering die je dus moet vertalen naar volwassen omstandigheden. Een jonge vrouw vertelde me dat ze als kind zich ooit intens fijn gevoeld had toen ze een verhaaltje mocht vertellen voor de klas. En de juf had goed zo gezegd. Daar was ze weken blij om geweest. Ze is onderwijzeres geworden, kreeg een burnout, schreef een boek en is nu schrijfster.
Een andere mogelijkheid voor het herkennen van je roeping is te vinden in een voorwerp (schilderij of ander kunstvoorwerp of een film of een verhaal of een roman) dat je op een bijzondere manier bijblijft.
Iemand liet mij tijdens een therapie een briefkaart zien en zei: ‘Het is belachelijk, maar deze ansichtkaart heb ik ooit ontvangen en ik kan hem haast niet zomaar wegzetten. Ik heb een speciaal contact met deze kaart. Toen ik het schilderij in werkelijkheid zag, moest ik huilen en ik weet niet waarom.’ Ik keek naar de kaart en deze stelde voor ‘De roeping van Mattheus’ geschilderd door Caravaggio. Ik zei: ‘Het kan niet anders of het gaat over iets in jou. Misschien dat je een roeping hebt.’ Mijn bezoeker keek me strak aan, zweeg heel lang en toen biggelden er grote tranen uit zijn ogen. ‘Ik heb ooit een roeping gehad’, zei hij. Pas veel later kwam het verhaal eruit. Hij was op het seminarium geweest, maar had zijn priesteropleiding onderbroken. Toen hij mij bezocht was hij de 40 gepasseerd en hij dacht in een midlifecrisis te zijn. Daarvoor zocht hij mijn hulp. Hij was een jaar tevoren gescheiden en voelde zich voortdurend leeg en uitgeput. Hij heeft zijn priesteropleiding weer opgenomen.
In november 1985 bevond ik me in een depressieve toestand. Toevallig kwamen we elkaar tegen. Met hem ging het goed en hij vroeg me hoe het met mij ging. ‘Niet zo best’, zei ik. ‘Ik twijfel wat aan mijn therapeut-zijn.’ Hij keek me bedenkelijk aan, legde zijn hand op mijn schouder en zei: ‘Ronald, hoe is het mogelijk. Heb je dan niet begrepen wat jouw roeping is? Mensen de ogen te openen voor hun roeping.’ Ik heb nog nooit zo’n snelle therapie meegemaakt. En ik was ook meteen psychotherapeut af. Ik schudde alles wat ik aan psychotherapeutische theorievorming had geleerd van me af. Als iemand bij me komt vraag ik steevast als de noodzakelijke inleidende praatjes achter de rug zijn: ‘Stel dat ik een tovenaar ben, wat zou je dan aan me vragen?’
Het hebben van een roeping is natuurlijk te herkennen in wat je goed kunt en wat je graag wilt. Maar niet minder belangrijk is herkennen waar je je diep aan ergert en proberen daar iets mee te doen. Denk erom, een roeping heeft nooit jou als onderwerp maar de mensen uit je omgeving. Het volgen van je roeping is iets waar anderen beter van worden.
Vorm jezelf een oordeel over deze tijd, bedenk wat je daaraan ten goede kunt doen, stel je een ideaal – een groot en langlopend ideaal - ga een studie of baan aan in de richting van je ideaal en leef. De rest doet Het Toeval met je!
Prettig toeval toegewenst!
Ronald Pino
Dit artikel is het laatste uit een reeks die begon met ‘Dromen zonder bedrog’.
Voor een eventuele nadere kennismaking met de auteur zie www.ronaldpino.blogspot.com
En ik kon niet verder. Tot een uur geleden. Eigenlijk is het stikeenvoudig: besef dat roepingen bestaan, vraag je af of je misschien een roeping hebt (controleer jezelf kritisch hoe je aan die gedachte bent gekomen en ga vooral niet zitten geloven) en de rest gaat vanzelf. Een appelboom hoeft ook nooit te vragen of hij gaat bloeien – nou ja misschien.
Maar dit artikel begon dus met een periode van leegte die vanaf half maart duurde.
Stilletjes hoopte ik op een toevallig teken. Wie mijn artikelen gevolgd heeft vanaf ‘Dromen zonder bedrog’ weet dat ik een heilig ontzag heb voor het onlogische, onvoorziene en altijd weer als een duveltje uit een doosje op je weg springende toeval. Dit keer kwam het toeval in de vorm van Herman Hesse’s roman De Steppewolf. Op pag 50-52 (uitgave 1977 De Bezige Bij Amsterdam) staat een niet mis te verstaan stuk over burgerdom en de veiligheid die het onopvallende ‘een van de vele burgers zijn’ je biedt. Wees gewaarschuwd: je roeping volgen betekent je nek uitsteken en vaak spot en beledigingen incasseren. En van schrijverswebben geweerd worden! Het liefst zouden je tegenstanders je willen kruisigen.
Met je roeping omgaan is spelen met vuur, want je roeping vinden betekent: ‘Hier ben ik’ zeggen tegen een hinderlijke stem die je aan het werk zet. Om het in afschuwelijk kerkelijk jargon te zeggen: God roept je nooit om ‘Ga maar zo door’ te zeggen. God zet je aan het werk om te waarschuwen of dwars te liggen. Maar als je het gevoel hebt niet alles uit je leven te halen of zelfs last denkt te hebben van depressies, dan is het goed om na te denken of je misschien een roeping moet volgen.
Er zijn wat simplistische trucs mogelijk.
De belangrijkste stap om te ontdekken wat je roeping is, is je afvragen welke gebeurtenis in je leven de eerste was waarbij je je hartstikke blij voelde. De allereerste gebeurtenis waarbij je enorm gelachen hebt of waar je voor het eerst je geweldig trots voelde, dat is de omstandigheid waarin je roeping verborgen zit. Het zal gaan om een kinderherinnering die je dus moet vertalen naar volwassen omstandigheden. Een jonge vrouw vertelde me dat ze als kind zich ooit intens fijn gevoeld had toen ze een verhaaltje mocht vertellen voor de klas. En de juf had goed zo gezegd. Daar was ze weken blij om geweest. Ze is onderwijzeres geworden, kreeg een burnout, schreef een boek en is nu schrijfster.
Een andere mogelijkheid voor het herkennen van je roeping is te vinden in een voorwerp (schilderij of ander kunstvoorwerp of een film of een verhaal of een roman) dat je op een bijzondere manier bijblijft.
Iemand liet mij tijdens een therapie een briefkaart zien en zei: ‘Het is belachelijk, maar deze ansichtkaart heb ik ooit ontvangen en ik kan hem haast niet zomaar wegzetten. Ik heb een speciaal contact met deze kaart. Toen ik het schilderij in werkelijkheid zag, moest ik huilen en ik weet niet waarom.’ Ik keek naar de kaart en deze stelde voor ‘De roeping van Mattheus’ geschilderd door Caravaggio. Ik zei: ‘Het kan niet anders of het gaat over iets in jou. Misschien dat je een roeping hebt.’ Mijn bezoeker keek me strak aan, zweeg heel lang en toen biggelden er grote tranen uit zijn ogen. ‘Ik heb ooit een roeping gehad’, zei hij. Pas veel later kwam het verhaal eruit. Hij was op het seminarium geweest, maar had zijn priesteropleiding onderbroken. Toen hij mij bezocht was hij de 40 gepasseerd en hij dacht in een midlifecrisis te zijn. Daarvoor zocht hij mijn hulp. Hij was een jaar tevoren gescheiden en voelde zich voortdurend leeg en uitgeput. Hij heeft zijn priesteropleiding weer opgenomen.
In november 1985 bevond ik me in een depressieve toestand. Toevallig kwamen we elkaar tegen. Met hem ging het goed en hij vroeg me hoe het met mij ging. ‘Niet zo best’, zei ik. ‘Ik twijfel wat aan mijn therapeut-zijn.’ Hij keek me bedenkelijk aan, legde zijn hand op mijn schouder en zei: ‘Ronald, hoe is het mogelijk. Heb je dan niet begrepen wat jouw roeping is? Mensen de ogen te openen voor hun roeping.’ Ik heb nog nooit zo’n snelle therapie meegemaakt. En ik was ook meteen psychotherapeut af. Ik schudde alles wat ik aan psychotherapeutische theorievorming had geleerd van me af. Als iemand bij me komt vraag ik steevast als de noodzakelijke inleidende praatjes achter de rug zijn: ‘Stel dat ik een tovenaar ben, wat zou je dan aan me vragen?’
Het hebben van een roeping is natuurlijk te herkennen in wat je goed kunt en wat je graag wilt. Maar niet minder belangrijk is herkennen waar je je diep aan ergert en proberen daar iets mee te doen. Denk erom, een roeping heeft nooit jou als onderwerp maar de mensen uit je omgeving. Het volgen van je roeping is iets waar anderen beter van worden.
Vorm jezelf een oordeel over deze tijd, bedenk wat je daaraan ten goede kunt doen, stel je een ideaal – een groot en langlopend ideaal - ga een studie of baan aan in de richting van je ideaal en leef. De rest doet Het Toeval met je!
Prettig toeval toegewenst!
Ronald Pino
Dit artikel is het laatste uit een reeks die begon met ‘Dromen zonder bedrog’.
Voor een eventuele nadere kennismaking met de auteur zie www.ronaldpino.blogspot.com
-
Geplaatst:over 3 jaren geleden, populair sinds over 3 jaren (in 12 uur)
-
Door:
-
Categorie:
-
-
Discussie:
Reageren op dit artikel? Log in of registreer jezelf
Waarom eKudos gebruiken
- Deel en ontdek nieuws, video’s, foto’s en tips
- Schrijf en plaats nieuws dat jij belangrijk vindt
- Start een vriendennetwerk
- Stem! Op ekudos is heel Nederland de redactie
- Geef je mening en start discussies
- Volg het nieuws van vrienden en bekenden
- Start een weblog met gelijk een groot publiek
- Ontdek het leukste en beste nieuws van het web

Of òòòòòff wat je zegt bent je zelluf ;-)