De Privatisering van God - 4
In ‘Dromen zonder Bedrog’ deed ik een poging om het gezegde dat dromen bedrog zijn te ondergraven. Dromen zijn onderdeel van de slaap, slaap is onderdeel van onze gezondheid, dus dromen hebben met onze gezondheid te maken – zelfs met genezing van gezondheid. Ik gaf daar voorbeelden van. Waar het mij om ging is dat in de slaap we door en via beelden op de realiteit van ons leven kunnen worden gedrukt. In het verbeterde artikel noemde ik nog de inmiddels algemeen bekende voorspellende droom van Stradonitz Von Kekulé; prof. dr. dr. (honoris causa 4x ?) ir. Stradonitz wel te verstaan; bepaald geen zweverige dromer. Enfin, wie nog gelooft dat dromen onzinnige hersenspinsels zijn, is niet voor rede en logica toegankelijk – daar is niets tegen als je het maar van jezelf weet wanneer je zo bent. Je hoeft niet voor rede en logica toegankelijk te zijn als je dan maar zo eerlijk bent om het niet aan anderen op te leggen. Je hoeft niet eerlijk te zijn – maar accepteer dan dat je oneerlijk behandeld wordt.
In de artikelen over schizofrenie haal ik het begrip schizofrenie onderuit. Dat is geen kunst, want iedere serieuze en ervaren psychiater weet al dat het ziektebeeld een parapluterm inhoudt voor hinderlijke sociaal moeilijk in te passen gedragingen. Het begrip hallucinatie hoort opnieuw bestudeerd te worden want het blijkt een normaal menselijk verschijnsel. Jung heeft dat ook gedaan. Ik zag in mijn hallucinaties dingen gepresenteerd die pas vele jaren later waarheid zouden worden. Daarmee ontstaan problemen met betrekking tot de betekenis van tijd en van causaliteit – en daar zijn psychologie en medische wetenschappen niet voor toegerust. De samenhang tussen tijd en ruimte is vrij speelterrein geworden voor fantasten en denkers met ruimte en tijd voor nieuwe gedachten.
In 'Kunst is gratuit 1 (?)' tip ik aan een gedachte die door Salvador Dali is uitgebeeld en die in de kwantummechanica gemeengoed is. De tijd is niet een eendimensionale, maar kennelijk een meerdimensionale plooibare ruimte.
In de ruimte kun je heen en weer gaan en in de tijd niet – dus dat tijd en ruimte samenvallen is niet correct. Wel is het zo dat indien er ‘geen tijd is’ er ook absoluut geen ruimte kan bestaan. Gaat het nu om fysica of om een grap van het denken? Ik weet het niet.
Vanuit droombeelden via hallucinaties naar kunstzinnige verbeeldingen is maar een kleine stap. Kunsthistorische fenomenen lijken zich gelijktijdig over de gehele aarde te actualiseren. Voorbeelden zijn grotschilderingen, het ontstaan van het schriftteken, de productie van megalithische bouwwerken. Als menselijke voortbrengselen gelijktijdig kunnen voorkomen dan rijst de vraag in hoeverre de mens gedachten maakt of gedachten krijgt.
In het daaropvolgende ‘Keerpunten’ in de geschiedenis citeer ik Störich, die het over keerpunten in de wereldgeschiedenis heeft gehad. Er bestaan kennelijk niet alleen gaten in de ruimte maar ook in de tijd, want Jules Verne kon lichtgevende diepzeekwallen ‘waarnemen’ lang voordat de techniek voldoende vooruitgang had geboekt om ze ook werkelijk te zien. Jules Verne had gezien wat onzichtbaar hoorde te zijn.
Denken wij mensen wel? Nauwelijks. In De Privatisering van God 1, eerste helft, laat ik zien hoe geborneerd mensen zijn als het om denken gaat. Als we zo begrensd zijn in ons denken hoe kun je dan gedachten met elkaar delen?
Als ik het woord schroevendraaier laat vallen, weet iedereen vrij exact wat ik bedoel, want iedereen heeft een of andere schroevendraaier in huis. En als ik theelepel schrijf, verschijnt overal in uw geest bij ieder die dit artikel leest (en mijn dank daarvoor) het beeld van een theelepel, maar dat beeld hoeft niet samen te vallen met de theelepel die nu op het schoteltje bij mijn kopje thee ligt. Die min of meer congruentie van woord en beeld gaat totaal de mist in wanneer ik het woord vakantie schrijf. Nu moet u aan een eigen vakantie denken; en als ik wintersportvakantie schrijf heeft u beelden van een eigen skivakantie voor ogen. Zo gaan we de mist in als ik het woord God schrijf.
Op het moment dat u of ik zouden willen zeggen ‘laten we het begrip dat de mensen hebben voor de idee God wetenschappelijk analyseren’ word je aangevallen op de ideeën die de aanvallers zelf in hun eigen geest hebben van hun God.
Was het maar mogelijk alles wat er gezegd en gedacht is over het begrip God uit onze geest uit te gummen. Ik vrees dat dat onmogelijk is. Ik heb geprobeerd het begrip ‘suprahumaan bewustzijn’ in te voeren, maar er zijn er die onmiddellijk opspringen en mij aanvallen dat ik het over God heb. Ook als je niet in toeval gelooft schijn je godsdienstig te moeten zijn. Alleen al praten over God schijnt voor sommigen hetzelfde te betkenen als geloven in God.
Om het duidelijk te stellen. Ik geloof niet in een algemeen bestaand beeld van God maar ik ben er na zo’n vijftig jaar intens intieme gespreksomgang met mensen van overtuigd geraakt dat in ieder geval de mensen die ik ontmoet heb wel degelijk een eigen beeld van hun eigen God hebben. Ieder heeft het recht op een privé God maar slechts weinigen maken daar nuttig gebruik van. Met nuttig gebruik bedoel ik er iets reëels in je leven mee doen. Offers brengen, ongelovigen de keel afsnijden, ongelovigen op de brandstapel zetten, in het Latijn of Grieks praten, kortom iets doen voor God is in mijn ogen nonsens. Iets doen voor de schepper van alles en alles is iets doen voor een God die alles kan. Offeren is dan te vergelijken met een zakkenroller die je een euro uit je portemonnee aanbiedt uit vreedzame offervaardigheid. En een God die kwaad kan worden en dan gaat straffen is helemaal van de wilde spinnen gebeten. Een God die kwaad kan worden, kan schade lijden – is dus vernietigbaar. Aan de slag dan zou ik zeggen. Zoek een andere God. Of verdiep je in het wezen dat bijna God is – in jezelf in relatie tot een God die geen offers, geen goede daden nodig heeft en die nooit straft. Die niets doet. Dus bidden en zingen heeft geen nut. Heb je iets aan zo’n God? Verdomde veel. Je kunt er ongelooflijk veel mee voor jezelf voor elkaar krijgen. Hoe? Je moet leven.
Voor ik mijn betoog vervolg, citeer ik de voor mij indrukwekkende woorden van Herman Hesse die na bijna 100 jaar helaas nog niets aan waarde hebben ingeboet.
begin citaat)
Wat dat is, een werkelijk levend mens, dat weet men vandaag de dag stellig minder dan ooit en men schiet dan ook de mensen, van wie ieder een kostbare, unieke poging van de natuur is, bij massa’s dood. Zouden wij niet nog meer zijn dan unieke mensen, zou men ons inderdaad met een geweerkogel geheel en al van de wereld kunnen vagen, dan zou het geen zin meer hebben geschiedenissen te vertellen. Maar ieder mens is niet alleen hijzelf, hij is ook het unieke, zeer bijzondere, in elk geval belangrijke en merkwaardige punt, waar de verschijnselen van de wereld elkaar kruisen, slechts eenmaal op die manier en nooit weer. Daarom is de geschiedenis van ieder mens belangrijk, eeuwig, goddelijk, daarom is ieder mens, zolang hij maar leeft en de wil van de natuur vervult, wonderbaarlijk en alle aandacht waard. In ieder mens heeft de geest gestalte gekregen, in ieder mens lijdt het schepsel, in ieder mens wordt een verlosser gekruisigd.
Weinigen weten vandaag de dag wat de mens is. Velen voelen het en sterven daarom gemakkelijker, zoals ik gemakkelijk sterven zal als ik deze geschiedenis af heb geschreven.
Een wetende mag ik mij niet noemen. Ik was een zoekende en ben het nog, maar ik zoek niet meer op de sterren en in de boeken, ik begin de leringen te horen die ruisen in mijn bloed. Mijn verhaal is niet prettig, het is niet lieflijk en harmonieus als de bedachte verhalen, het smaakt naar absurditeit en verwarring, naar waanzin en droom gelijk het leven van alle mensen die zichzelf geen rad meer voor de ogen willen draaien.
Het leven van ieder mens is een weg naar zichzelf, de poging tot een weg, de aanduiding van een pad. Geen mens is ooit geheel en al zichzelf geweest; toch streeft ieder ernaar het te worden, de een dof, een ander lucider, een ieder naar vermogen. Ieder draagt de overblijfselen van zijn geboorte, slijm en eierschalen van een oerwereld, tot aan het einde met zich mee. Menigeen wordt nooit mens, blijft kikvors, blijft hagedis, blijft mier. Menigeen is van boven mens en van onderen vis. Maar iedereen is een worp van de natuur naar de mens. Wij allen hebben dezelfde bronnen van herkomst, de moeders, wij komen allen uit dezelfde diepte; maar ieder streeft, een poging en een worp uit de diepten, naar zijn eigen doel. Wij kunnen elkaar begrijpen; maar verklaren kan ieder alleen zichzelf. (einde citaat uit ‘Demian’ van Herman Hesse; Bezige Bij 1989, pag. 7-9.)
Hoe breng je jezelf werkelijk tot bloei? Lichamelijk, geestelijk en spiritueel? Hulpgedachte: Hoe kun je zeilen?
(wordt vervolgd)
Voor een nadere kennismaking met Ronald Pino zie www.ronaldpino.blogspot.com
In de artikelen over schizofrenie haal ik het begrip schizofrenie onderuit. Dat is geen kunst, want iedere serieuze en ervaren psychiater weet al dat het ziektebeeld een parapluterm inhoudt voor hinderlijke sociaal moeilijk in te passen gedragingen. Het begrip hallucinatie hoort opnieuw bestudeerd te worden want het blijkt een normaal menselijk verschijnsel. Jung heeft dat ook gedaan. Ik zag in mijn hallucinaties dingen gepresenteerd die pas vele jaren later waarheid zouden worden. Daarmee ontstaan problemen met betrekking tot de betekenis van tijd en van causaliteit – en daar zijn psychologie en medische wetenschappen niet voor toegerust. De samenhang tussen tijd en ruimte is vrij speelterrein geworden voor fantasten en denkers met ruimte en tijd voor nieuwe gedachten.
In 'Kunst is gratuit 1 (?)' tip ik aan een gedachte die door Salvador Dali is uitgebeeld en die in de kwantummechanica gemeengoed is. De tijd is niet een eendimensionale, maar kennelijk een meerdimensionale plooibare ruimte.
In de ruimte kun je heen en weer gaan en in de tijd niet – dus dat tijd en ruimte samenvallen is niet correct. Wel is het zo dat indien er ‘geen tijd is’ er ook absoluut geen ruimte kan bestaan. Gaat het nu om fysica of om een grap van het denken? Ik weet het niet.
Vanuit droombeelden via hallucinaties naar kunstzinnige verbeeldingen is maar een kleine stap. Kunsthistorische fenomenen lijken zich gelijktijdig over de gehele aarde te actualiseren. Voorbeelden zijn grotschilderingen, het ontstaan van het schriftteken, de productie van megalithische bouwwerken. Als menselijke voortbrengselen gelijktijdig kunnen voorkomen dan rijst de vraag in hoeverre de mens gedachten maakt of gedachten krijgt.
In het daaropvolgende ‘Keerpunten’ in de geschiedenis citeer ik Störich, die het over keerpunten in de wereldgeschiedenis heeft gehad. Er bestaan kennelijk niet alleen gaten in de ruimte maar ook in de tijd, want Jules Verne kon lichtgevende diepzeekwallen ‘waarnemen’ lang voordat de techniek voldoende vooruitgang had geboekt om ze ook werkelijk te zien. Jules Verne had gezien wat onzichtbaar hoorde te zijn.
Denken wij mensen wel? Nauwelijks. In De Privatisering van God 1, eerste helft, laat ik zien hoe geborneerd mensen zijn als het om denken gaat. Als we zo begrensd zijn in ons denken hoe kun je dan gedachten met elkaar delen?
Als ik het woord schroevendraaier laat vallen, weet iedereen vrij exact wat ik bedoel, want iedereen heeft een of andere schroevendraaier in huis. En als ik theelepel schrijf, verschijnt overal in uw geest bij ieder die dit artikel leest (en mijn dank daarvoor) het beeld van een theelepel, maar dat beeld hoeft niet samen te vallen met de theelepel die nu op het schoteltje bij mijn kopje thee ligt. Die min of meer congruentie van woord en beeld gaat totaal de mist in wanneer ik het woord vakantie schrijf. Nu moet u aan een eigen vakantie denken; en als ik wintersportvakantie schrijf heeft u beelden van een eigen skivakantie voor ogen. Zo gaan we de mist in als ik het woord God schrijf.
Op het moment dat u of ik zouden willen zeggen ‘laten we het begrip dat de mensen hebben voor de idee God wetenschappelijk analyseren’ word je aangevallen op de ideeën die de aanvallers zelf in hun eigen geest hebben van hun God.
Was het maar mogelijk alles wat er gezegd en gedacht is over het begrip God uit onze geest uit te gummen. Ik vrees dat dat onmogelijk is. Ik heb geprobeerd het begrip ‘suprahumaan bewustzijn’ in te voeren, maar er zijn er die onmiddellijk opspringen en mij aanvallen dat ik het over God heb. Ook als je niet in toeval gelooft schijn je godsdienstig te moeten zijn. Alleen al praten over God schijnt voor sommigen hetzelfde te betkenen als geloven in God.
Om het duidelijk te stellen. Ik geloof niet in een algemeen bestaand beeld van God maar ik ben er na zo’n vijftig jaar intens intieme gespreksomgang met mensen van overtuigd geraakt dat in ieder geval de mensen die ik ontmoet heb wel degelijk een eigen beeld van hun eigen God hebben. Ieder heeft het recht op een privé God maar slechts weinigen maken daar nuttig gebruik van. Met nuttig gebruik bedoel ik er iets reëels in je leven mee doen. Offers brengen, ongelovigen de keel afsnijden, ongelovigen op de brandstapel zetten, in het Latijn of Grieks praten, kortom iets doen voor God is in mijn ogen nonsens. Iets doen voor de schepper van alles en alles is iets doen voor een God die alles kan. Offeren is dan te vergelijken met een zakkenroller die je een euro uit je portemonnee aanbiedt uit vreedzame offervaardigheid. En een God die kwaad kan worden en dan gaat straffen is helemaal van de wilde spinnen gebeten. Een God die kwaad kan worden, kan schade lijden – is dus vernietigbaar. Aan de slag dan zou ik zeggen. Zoek een andere God. Of verdiep je in het wezen dat bijna God is – in jezelf in relatie tot een God die geen offers, geen goede daden nodig heeft en die nooit straft. Die niets doet. Dus bidden en zingen heeft geen nut. Heb je iets aan zo’n God? Verdomde veel. Je kunt er ongelooflijk veel mee voor jezelf voor elkaar krijgen. Hoe? Je moet leven.
Voor ik mijn betoog vervolg, citeer ik de voor mij indrukwekkende woorden van Herman Hesse die na bijna 100 jaar helaas nog niets aan waarde hebben ingeboet.
begin citaat)
Wat dat is, een werkelijk levend mens, dat weet men vandaag de dag stellig minder dan ooit en men schiet dan ook de mensen, van wie ieder een kostbare, unieke poging van de natuur is, bij massa’s dood. Zouden wij niet nog meer zijn dan unieke mensen, zou men ons inderdaad met een geweerkogel geheel en al van de wereld kunnen vagen, dan zou het geen zin meer hebben geschiedenissen te vertellen. Maar ieder mens is niet alleen hijzelf, hij is ook het unieke, zeer bijzondere, in elk geval belangrijke en merkwaardige punt, waar de verschijnselen van de wereld elkaar kruisen, slechts eenmaal op die manier en nooit weer. Daarom is de geschiedenis van ieder mens belangrijk, eeuwig, goddelijk, daarom is ieder mens, zolang hij maar leeft en de wil van de natuur vervult, wonderbaarlijk en alle aandacht waard. In ieder mens heeft de geest gestalte gekregen, in ieder mens lijdt het schepsel, in ieder mens wordt een verlosser gekruisigd.
Weinigen weten vandaag de dag wat de mens is. Velen voelen het en sterven daarom gemakkelijker, zoals ik gemakkelijk sterven zal als ik deze geschiedenis af heb geschreven.
Een wetende mag ik mij niet noemen. Ik was een zoekende en ben het nog, maar ik zoek niet meer op de sterren en in de boeken, ik begin de leringen te horen die ruisen in mijn bloed. Mijn verhaal is niet prettig, het is niet lieflijk en harmonieus als de bedachte verhalen, het smaakt naar absurditeit en verwarring, naar waanzin en droom gelijk het leven van alle mensen die zichzelf geen rad meer voor de ogen willen draaien.
Het leven van ieder mens is een weg naar zichzelf, de poging tot een weg, de aanduiding van een pad. Geen mens is ooit geheel en al zichzelf geweest; toch streeft ieder ernaar het te worden, de een dof, een ander lucider, een ieder naar vermogen. Ieder draagt de overblijfselen van zijn geboorte, slijm en eierschalen van een oerwereld, tot aan het einde met zich mee. Menigeen wordt nooit mens, blijft kikvors, blijft hagedis, blijft mier. Menigeen is van boven mens en van onderen vis. Maar iedereen is een worp van de natuur naar de mens. Wij allen hebben dezelfde bronnen van herkomst, de moeders, wij komen allen uit dezelfde diepte; maar ieder streeft, een poging en een worp uit de diepten, naar zijn eigen doel. Wij kunnen elkaar begrijpen; maar verklaren kan ieder alleen zichzelf. (einde citaat uit ‘Demian’ van Herman Hesse; Bezige Bij 1989, pag. 7-9.)
Hoe breng je jezelf werkelijk tot bloei? Lichamelijk, geestelijk en spiritueel? Hulpgedachte: Hoe kun je zeilen?
(wordt vervolgd)
Voor een nadere kennismaking met Ronald Pino zie www.ronaldpino.blogspot.com
-
Geplaatst:over 3 jaren geleden, populair sinds over 3 jaren (in 22 uur)
-
Door:
-
Categorie:
-
-
Discussie:
Reageren op dit artikel? Log in of registreer jezelf
Waarom eKudos gebruiken
- Deel en ontdek nieuws, video’s, foto’s en tips
- Schrijf en plaats nieuws dat jij belangrijk vindt
- Start een vriendennetwerk
- Stem! Op ekudos is heel Nederland de redactie
- Geef je mening en start discussies
- Volg het nieuws van vrienden en bekenden
- Start een weblog met gelijk een groot publiek
- Ontdek het leukste en beste nieuws van het web

Valt dit niet onder inspiratie Ronald. Een "inval" (mooi woord trouwens), een contact met de oerbron waarin alles in potentie aanwezig is (Jung, het collectieve onbewuste).
Aangezien we niet constant met deze bron verbonden zijn; zijn onze "andere (dagelijkse)gedachten" dan niet manifestaties van ons eigen leven, ons eigen product?
Jung was teleurgesteld hoe gelijkluidend de gedachten van mensen zijn, zijn fascinatie ging dan ook meer uit naar mensen die hierbuiten vallen, de psychiatrische gevallen, die de onbewuste inhouden uit het collectieve bewustzijn uitleefden.
In dromen, als het dagelijkse bewustzijn op non-actief staat, maken wij weer contact met dat collectieve bewustzijn. Dit is het veld dat hij bestudeerd heeft in al zijn facetten, en kwam tot de conclusie dat hier een genezende werking van uit ging.
Onbewuste inhouden hebben dus effect op het dagelijkse bewustzijn. Het zich bewust worden/zijn van deze onbewuste inhouden heeft een genezend effect.
Je zou dus kunnen stellen dat er 2 bronnen zijn; bewust en onbewust. Fascinerend is, dat de onbewuste bron een eigen intelligentie heeft. Is dit god, ik weet het niet. In mijn beleving is "god" (eng woord, maar goed) meeromvattend, het strekt zich uit tot alles en niet enkel de mens.
Ik hoop dat je mijn hersenspinsels een beetje kunt volgen :)
In 'Herinneringen, Dromen en gedachten', schrijft Jung op pag. 289 dat Onbewuste voor hem samenvalt (let wel er staat niet 'is identiek') met het begrip God. Koop dat boek, lees hem en als hij je tegenvalt vergoed ik je de koopsom.
Inspirerende reactie dus.
O, ja het begint te sneeuwen. Let op de toevallige vormen van sneeuwvlokjes en de verklaring daarvan in Wikipedia. En laat je tot een gedachte inspireren over het toeval!
;-)
Ik werd opgeleid met minachting voor Freud. Toen ik hem begon te lezen -zijn Gesammelte Werke wel te verstaan - begreep ik dat men Freud nooit begrepen heeft. (Ik heb jaren aan absolute slapeloosheid geleden - zie mijn boek 'Vermoeidheid als emotie' en had zo ruimschoots de tijd Freud in het origineel te lezen.) Je hoeft maar 1 stap te maken en je staat versteld. Freud zag op de wereldtentoonstelling in Parijs voor het eerst een Lingam - en kwam op het idee dat de fallus meer betekenis had dan alleen fysieke. Voor Indiërs is de lingam de God van de creatie en de fallus is daar een symbool van.
Toen Freud met zijn seksuele theorieën wereldberoemd werd, kon hij niet meer terug. In 1914-1918 'zag' hij de doodsdrift. Hij begreep dat het orgasme de inleiding tot de voltooiing in de dood symboliseerde en dus dat de mens uiteindelijk naar de dood toeleeft. Even heftig als naar seks - maar zonder het te weten. Maar Freud was te beroemd geworden om zijn ideeën over seks los te laten en om de Thanatos (doodsdrift) daarvoor in de plaats te laten komen. Had Freud dat wel gedaan dan hadden we even intens over de dood gaan nadenken als over seks - maar dat kan ik nooit bewijzen. :-(
Freud is qua stijl bijna onleesbaar maar er is een echte diepgaande slagende therapie voor burnout bij vrouwen: de psychoanalyse! En in deze tijd van overwaardering van seks en sekssymbolen zou de psychoanalyse mensen weer toe zelfontdekking kunnen brengen. Zelfontdekking + de ongezien drift naar de dood ontmaskeren (de drift naar materialisme) en ziedaar het nieuwe leven.
Vergeet niet dat Freud en Jung intens bevriend zijn geweest - in die tijd was voor hen de spiritualiteit een thema van diep nadenken. Freud raakte zo meegesleept door het idee dood dat hij zijn vriend Jung ervan verdacht heeft hem dood te wensen - waarna de vriendschap snel bergafwaarts ging.
Een ding hebben we aan Freud te danken LUISTER NAAR WAT DE PATIENT WIL ZEGGEN en ontdek daaruit zijn binnenleven. Als de patient zijn binnenleven hervindt kan hij ermee omgaan. Dat is een moderne gedachte!
Ik zou nooit spiritueel mijn hallucinaties hebben ontmaskerd als ik Jung niet gelezen had.
PS: Als één schrijft en de andere leest het, komt er een huwelijk tot stand (Henri Miller) ;-)
Om op Jung terug te komen; hij moest zich zo inhouden dat een zware kast kraakte en een barstte. Ik weet niet meer in welk boek hij dat ter sprake bracht. Freud hield zich bezig met dromen, en daar wilde Jung alles van weten. Hij zag de waarde er van in.
Maarrr ik vermoed dat jij dit ook wel allemaal weet, mien jong :)
Trouwens; hoe wil je therapie bedrijven zonder naar de cliënt te luisteren???
Je kunt therapie bedrijven zonder naar de cliënt te luisteren! Je probeert dan te horen waar de client aan lijdt - wat is zijn of haar ziekte en dan de oplossing aanbieden. Zoals de huisarts dat doet.
In 1965 hoorde ik samen met een aantal andere studenten een beroemde schrijver therapeut aan zijn patiënt (er waren toen nog geen cliënten) vragen: En wat vind je nou zelf dat jou mankeert?
We vielen om van verbazing want de patiënt was toch gek en dus fout en wij zijn de wetenschappers die het weten!
Ja, ja - dat ben dingen uit de goe ouwe tied.
Wel, Ronald, de therapie is de laatste tijd wel een beetje veranderd lijkt me ;) Je bent zelf therapeut; welke strategie pas jij toe?